Tel alleen de waargenomen faunasoorten gebiedsdekkend (geen reeën; die zijn al geteld in de Reeëntelling).
Tel op de ochtend van de teldag, van ca 09:00-11:00 uur.
Tel overvliegende exemplaren niet mee: alleen wat op de grond of op het water zit telt, tenzij het vliegend foeragerende vogels betreft.
We tellen alle soorten waarover het huidige Faunabeheerplan zicht uitspreekt, plus de soorten die wellicht in de toekomst in het Faunabeheerplan worden opgenomen, zodat daarvoor gegevens beschikbaar zijn. De FBE bepaalt de lijst met te inventariseren soorten.
Voor de vos is het van groot belang om alle belopen vossenbouwen te inventariseren.
Voor de roek geldt dat vooral het aantal nesten (van bewoonde kolonies) moet worden geteld. We mogen daarbij aannemen dat elk nest door twee roeken wordt bewoond.
Noteer alle bijzonderheden waarvan je denkt dat ze van belang kunnen zijn.
Lever de waarnemingen na afloop van de telling in bij de faunacommissaris via onderstaand formulier.







